|
|
Andere eigenschappen
De steekkaarten vermelden voor het kernhout en het spinthout van de houtsoorten:
- de conventionele natuurlijke duurzaamheid t.a.v. houtzwammen, die gaat van I (zeer duurzaam) tot V (niet duurzaam).
- de gevoeligheid voor de aantasting door insekten: aantastbaar (ja) en onaantastbaar (neen).
- het gemak waarmee houtsoorten te impregneren zijn, gaande van uiterst resistent tot doorlatend.
Conventionele natuurlijke duurzaamheid tegen houtzwammen
Conventioneel wordt de zogenaamde natuurlijke duurzaamheid van een houtsoort (enkel het kernhout, het spinthout is nooit duurzaam) bepaald in zeer bijzondere omstandigheden: de levensduur van een paaltje met genormaliseerde afmetingen van die bepaalde houtsoort in contact met de grond. Aangezien het hier gaat om een hoogst agressieve situatie t.a.v. de aantasting door zwammen, is deze natuurlijke conventionele duurzaamheid van het kernhout vrij kort. Uiteraard zal de werkelijke levensduur van diezelfde houtsoort geplaatst in een minder agressieve situatie langer zijn. Zo kan men stellen dat een houtsoort van klasse V, geplaatst in droge lokalen binnenshuis, een vrijwel onbeperkte levensduur heeft.
Men kan dus het algemeen probleem van de natuurlijke duurzaamheid van een houtsoort tegen zwammen als volgt omschrijven:
Een bepaalde houtsoort zal slechts voldoening geven in situaties waarin zijn werkelijke natuurlijke duurzaamheid voldoende is om geen problemen in tijdsduur te stellen.
N.B. Men mag niet vergeten dat een aantasting door zwammen zal optreden van zodra de voor de zwam gunstige omstandigheden qua vocht en temperatuur aanwezig zijn (sporen van deze zwammen zijn overal aanwezig en worden zelfs door de wind aangevoerd !).
| CONVENTIONELE SCHAAL VOOR DE NATUURLIJKE DUURZAAMHEID
VAN HET KERNHOUT |
Duurzaamheids- klasse | Beoordeling
| Gemiddelde gebruiksduur in contact met de grond |
| paaltje 50mm x 50mm | paaltje van 100mm x 100mm |
| I
| zeer duurzaam
| meer dan 25 jaar
| meer dan 50 jaar
|
| II
| duurzaam
| van 15 tot 25 jaar
| van 30 tot 50 jaar
|
| III
| matig duurzaam
| van 10 tot 15 jaar
| van 20 tot 30 jaar
|
| IV
| weinig duurzaam
| van 5 tot 10 jaar
| van 10 tot 20 jaar
|
| V
| niet duurzaam
| minder dan 5 jaar
| minder dan 10 jaar
|
N.B.
- Het spint van alle houtsoorten behoort tot klasse V (niet duurzaam)
- Er bestaat een verband tussen de duurzaamheid en de volumieke massa van loofhout,
binnen één bepaalde soort. Daarom zijn de houtsoorten die een grote spreiding vertonen qua volumieke massa vermeld in twee verschillende klassen, zoals II/III of III/IV.
Wanneer de houtsoorten van klasse III in buitenschrijnwerk toegepast worden, hebben zij, op voorwaarde dat de afwerking degelijk onderhouden wordt, een levensverwachting van meer dan 50-60 jaar, hetgeen voldoende wordt geacht. In deze Houtmap worden dus voor toepassing in buitenschrijnwerk zonder verduurzaming enkel de houtsoorten vermeld van klassen I, II of III.
In principe kan een scheikundige behandeling aan een houtsoort die niet voldoende duurzaam is in een bepaalde situatie, een hogere duurzaamheid verlenen, zodat het probleem van levensduur zich in de praktijk niet meer stelt. Dit veronderstelt natuurlijk dat de verduurzamingsbehandeling vermeld onder het punt verduurzaming bij de houtsoort in kwestie kan toegepast worden.
Natuurlijke duurzaamheid tegen de aantasting door insekten
In tegenstelling tot de zwammen, waar het begrip tijdsduur een rol speelt, gaat het bij de weerstand tegen de aantasting door insekten om "alles" of "niets". Een houtsoort kan morgen aangetast worden of binnen tien jaren, het is een kwestie van toeval. Zo zal in een streek waar het insekt veel voorkomt het aantastingsrisico veel groter zijn dan in een ander gebied waar het zeldzaam is.
In onze streken zijn deze houtaantastende insekten voornamelijk de huisboktor (Hylotrupes), de lyctus of spinthoutkever (Lyctus) en de kleine en grote klopkever (Anobium en Xestobium).
Zij tasten niet eender welk hout aan en ook niet eender welk gedeelte van het hout. Men dient verschillende gevallen afzonderlijk te beschouwen nl.:
- naaldhout en loofhout
- kernhout en spinthout
| | NAALDHOUT |
LOOFDHOUT |
gematigde streken | tropische streken |
| KERNHOUT |
gedifferentieerd | - |
klopkevers | klopkevers | - | klopkevers (2) |
niet gedifferentieerd | huisboktor |
klopkevers | klopkevers | LYCTUS (1) | klopkevers (2) |
| SPINTHOUT |
huisboktor | LYCTUS (1) | LYCTUS (1) |
| klopkevers | klopkevers | klopkevers (2) |
(1) in hout rijk aan zetmeel en met vrij grote vaten: komt zeer veel voor.
(2) zelden
Het algemeen probleem van de natuurlijke duurzaamheid van een houtsoort tegen de aantasting door insekten kan dus als volgt gesteld worden:
Als een houtsoort kan aangetast worden door insekten die voorkomen in de streek waar het hout verwerkt wordt, mag dit hout, zeker voor toepassingen met grote verantwoordelijkheid zoals bijvoorbeeld voor daktimmerwerk, slechts gebruikt worden na een scheikundige behandeling tegen aantasting door deze insekten
Voorbeelden:
- de houtsoorten gebruikt voor timmerwerk (uitgezonderd spintloos Oregon) kunnen worden aangetast door insekten (huisboktor en klopkevers voor naaldhout, klopkevers voor loofhout).
Ze dienen dus scheikundig verduurzaamd te zijn door middel van een preventieve behandeling (procédé's A, zie bijlage I)
- de tropische houtsoorten met niet gedifferentieerd spint, die vaak worden toegepast voor binnenschrijnwerk, zijn zeer gevoelig voor de aantasting door een insekt (Lyctus) en dienen scheikundig verduurzaamd te worden door middel van een curatief-preventieve behandeling (procédé B gevolgd door een filmvormende afwerking).
Aanwezigheid van "zwarte wormsteken"
De aanwezigheid van zwarte womsteken in het droge hout wijzen meestal niet op een actieve aantasting. De insekten die deze "zwarte wormsteken" veroorzaken (volwassen wijfjes van de families Scolytidae en Platypidae) graven gangen, waarin ze eieren leggen. Ze doen dit uitsluitend in hout op stam of vers gekapt, vooral in het spinthout. De aantasting valt definitief stil van zodra het houtvochtgehalte lager is dan 30-35%. Noch de duurzaamheid noch de mechanische eigenschappen worden gewijzigd door de aanwezigheid van zwarte wormsteken, ook al zijn ze vrij talrijk, hetgeen bv. het geval kan zijn bij (dark) red Meranti.
Impregneerbaarheid
Wanneer een houtsoort een verduurzamingsbehandeling ondergaat, kan de hoeveelheid produkt die opgenomen wordt alsook de bereikte indringingsdiepte sterk verschillen.
Deze twee parameters zijn vooral afhankelijk van:
- de houtsoort, waarbij kernhout en spint telkens afzonderlijk moeten beschouwd worden.
- het type produkt dat toegepast wordt.
- het behandelingsprocédé.
Conventionele geschiktheid voor impregnatie
Gezien de grote verscheidenheid van faktoren die een rol spelen, werd conventioneel besloten om in de volgende omstandigheden na te gaan in welke mate een houtsoort geschikt is voor impregnatie:
- het vochtgehalte van het hout is lager dan het vezelverzadigingspunt
- het toegepast produkt is creosoot
- de impregnering gebeurt in autoklaaf onder druk.
Men onderscheidt, in vaste omstandigheden, vier conventionele klassen van impregneerbaarheid, nl.:
- de zeer resistente houtsoorten: er wordt slechts een zeer kleine hoeveelheid produkt opgenomen en de indringingsdiepte is moeilijk meetbaar
- de resistente houtsoorten: de indringing van het produkt is beperkt tot 3-6 mm.
- de matig resistente houtsoorten: na een behandeling van 2 tot 3 uur bedraagt de indringingsdiepte van het produkt 6 tot 8 mm.
- de doorlatende houtsoorten: de opname gebeurt probleemloos en de indringing kan als volledig beschouwd worden.
Praktische impregneerbaarheid
Er dient vermeld dat bepaalde houtsoorten, die conventioneel (impregnering in autoklaaf) beschouwd worden als resistent, bij toepassing van andere behandelingsmethoden matig resistent of zelfs doorlatend blijken te zijn
Een voorbeeld: bij vuren (op voorwaarde dat het vochtgehalte boven 50% ligt) bekomt men een diepere indringing en een veel efficiëntere verduurzaming dan met het conventionele procédé met de volgende procédé's:
- door diffusie
- door "alternerende druk"
- door langdurig dompelen.
Impregneerbaarheid van het spinthout
Het is dikwijls noodzakelijk om het spinthout te verduurzamen, om het te kunnen gebruiken in bouwwerken.
Wat loofhout betreft:
in algemene regel kan men stellen, dat spinthout doorlatend is of matig resistent. Van de beschreven houtsoorten biedt enkel het spinthout van Teak, Niangon et Amerikaans Mahonie weerstand bij impregnering.
Wat naaldhout betreft:
er is geen algemene regel (zie vermelding op elke steekkaart).
|