Toepassingen

    De tabel vermeldt de belangrijkste toepassingen van de houtsoort, samen met voor elke toepassing de verduurzaming of de afwerking die vereist zijn.


     

    Eventuele toepassing van het spinthout

    • Algemeen
    • Naaldhout
    • Loofhout
    •  

      Algemeen

      Het spinthout (niet verduurzaamd) van alle houtsoorten is in contact met de grond niet duurzaam: het zal wegrotten (zie 8). Het spinthout kan ook aangetast worden door insekten (zie 8.2), zelfs wanneer dit niet het geval is voor het kernhout
      De klasseringsregels voor verzaagd hout laten vaak het spint onbeperkt toe of kunnen een bepaalde verhouding gezond spinthout toestaan in elk stuk hout.
      Men kan dus kiezen voor één van de drie volgende oplossingen:
      • men laat het spinthout weg
      • men gebruikt het zonder verduurzaming in de risicoklasse I (zie bijlage 1), wanneer het risico op aantasting door insekten zeer gering is (bv. voor Grenen/PNG en Beuken)
      • men past een verduurzamingsbehandeling toe, overeenkomstig de risicoklasse in kwestie; men dient hier wel na te gaan of het spint kán verduurzaamd worden.

       

      Naaldhout

      Het spinthout, dat een aanzienlijk deel kan uitmaken van het volume van de stammen (soms meer dan 50% bij Grenen) zal slechts geweigerd worden indien het kleurverschil met het kernhout onaanvaardbaar is vanuit esthetisch oogpunt (dit kan het geval zijn voor lorken, Californian Redwood en soms Oregon).
      In de andere gevallen kan het spinthout gebruikt worden (zie bijlage 1):
      • in risicoklasse 1: zonder verduurzamingsbehandeling
      • in risicoklasse 2: na behandeling volgens procédé A1 of A2
      • in risicoklasse 3: na behandeling C1 of procédé A3 (zie ook 9.3)
      • in risicoklasse 4: na behandeling volgens procédé A4.

       

      Loofhout

      a. houtsoorten van de gematigde streken
      • hout met afgescheiden spint: het spint moet ofwel verwijderd worden, ofwel, indien het esthetisch
        aanvaardbaar is, een verduurzamingsbehandeling gekregen hebben die aangepast is aan de
        risicoklasse.

        Voorbeelden (zie bijlage 1)

        • risicoklasse 1: behandeling volgens procédé B (indien het spint uiterst gevoelig is voor de aantasting door insekten)
        • risicoklasse 2: behandeling volgens het procédé A1
        • risicoklasse 3: behandeling C1 of procédé A3 (zie ook 9.3)
      • hout met niet duidelijk te onderscheiden kernhout en spinthout: het spint is minder gevoelig voor de aantasting door insekten dan dat van hout met wèl afgescheiden spint. Het kan zonder verduurzaming toegepast worden in risicoklasse 1 (zie bijlage I). Deze houtsoorten worden gewoonlijk niet gebruikt in de andere risicoklassen.
        Uitzondering: Populieren voor daktimmerwerk (risicoklasse 2) moet behandeld worden volgens procédé A1.

        b. houtsoorten uit de tropen

      • houtsoorten met duidelijk afgescheiden spint: indien het spint esthetisch aanvaardbaar is (eventueel na beitsen), dient het een verduurzamingsbehandeling te krijgen, aangepast aan de risicoklasse
        (zie bijlage I):
        • risicoklasse 1: behandeling volgens procédé B, indien uiterst gevoelig voor de aantasting door insekten
        • risicoklasse 3: behandeling C1 of procédé A3 .
      • houtsoorten met niet duidelijk te onderscheiden kernhout en spinthout:
        • soorten waarvan enkel het spinthout kan aangetast worden door lyctus: het is aangeraden om al het hout te behandelen volgens een procédé B in risicoklasse 1 of in risicoklasse 3 een behandeling C1of procédé A3.
        • soorten waarvan bekend is dat ze uiterst gevoelig zijn voor de aantasting door lyctus, zowel wat het kernhout als wat het spinthout betreft: het is in risicoklasse 1 noodzakelijk dat alle stukken behandeld worden volgens procédé B (vbn.: Jelutong, Kauvula, Limba, Obéché, Rubberhout).

     

    Structuren

    Eigenlijk zou men een dragende structuur kunnen maken in eender welke houtsoort, aangezien men de afmetingen kan aanpassen naargelang de waarde van de elasticiteitsmodulus (zie 6).
    Gewoonlijk zijn het echter economische overwegingen die de doorslag geven en de keuze doen vallen op Europese naaldhoutsoorten, Oregon of Populieren.
    De houtsoorten die veel gebruikt worden in timmerwerk en kunnen aangetast worden door de huisboktor of klopkevers - in ieder geval in het spinthout dat zonder enige beperking toegestaan wordt - moeten een verduurzamingsbehandeling ondergaan volgens procédé A1 in een erkend industrieel station.

     

    Buitenschrijnwerk: verduurzaming en afwerking

    In principe kunnen enkel houtsoorten die behoren tot duurzaamheidsklasse I, II of III zonder verduurzaming gebruikt worden voor deze toepassing.
    De toepassing van bepaalde minder duurzame houtsoorten alsook van stukken duurzaam hout met een deel spinthout kan overwogen worden, mits een verduurzaming in de diepte wordt toegepast.
    Het buitenschrijnwerk krijgt gewoonlijk een afwerkingssysteem. Dit is trouwens noodzakelijk voor vensterramen en buitendeuren.
    Bij de houtsoorten die geschikt zijn voor die toepassing, wordt op de steekkaart vermeld welke systemen aangeraden zijn. Ze zijn opgenomen in volgende tabel, die drie categorieën hout onderscheidt, volgens hun conventionele natuurlijke duurzaamheid en de kans op aanwezigheid van spinthout.

    DUURZAAMHEIDTYPEVOORBEELDSYSTEEM VAN
    VERDUURZAMING-AFWERKING
    duurzaam hout
    klasse (I,II,III)
    zonder spint
    Moabi syst. C2 (evt. + CTOP)
    syst. CTOP
    verf
    duurzaam hout
    klasse (I,II,III)
    kans op spint
    Meranti C1 + C2 (evt. + CTOP)
    C1 + CTOP
    C1 + verf
    minder duurzaam hout
    klasse (IV, V)
    met of zonder spint
    Mengkulang, Grenen verduurzaming + C2
    verduurzaming + CTOP
    verduurzaming + verf

    Een C2-systeem bestaat gewoonlijk uit drie lagen van een C2-produkt, een CTOP-systeem uit drie lagen van een CTOP-produkt, het gemengd systeem uit in totaal drie lagen van twee van deze produkten. Het produkt dat voor de laatste laag gebruikt werd zal ook voor het onderhoud gebruikt worden.

    De afwerkingssystemen
    Voor elk van de drie categorieÎn van de tabel, werden de afwerkingssystemen gerangschikt in afnemende volgorde van onderhoudsfrequentie, dit is in stijgende volgorde van levensduur voordat een onderhoudsbeurt nodig is.
    Er dient echter vermeld, dat het onderhoud van een C2-systeem - dat het vaakst onderhouden moet worden - indien op tijd toegepast, aanzienlijk gemakkelijker is (gewoon opnieuw instrijken) dan het onderhoud van een verfsysteem. Dit laatste is weliswaar duurzamer, maar vereist meer vakkundigheid: van tijd tot tijd is het nodig om de verf volledig te verwijderen en een nieuw verfsysteem aan te brengen.
    De onderhoudsbeurt van een CTOP-systeem ligt tussen die van C2-systemen en verfsystemen. Indien op tijd toegepast, is de bewerking nauwelijks moeilijker dan voor C2-systemen. Wanneer echter de afwerkingslaag erg aangetast is, kan het nodig zijn om, zoals bij de verfsystemen, tot op het ruwe hout te gaan en vervolgens het systeem terug op te bouwen.
    N.B.

    • C1-produkt: impregneringsbeits met schimmelwerende, insektenwerende en anti-blauwwerking
    • C2-produkt: gepigmenteerde beits met schimmelwerende en anti-blauwwerking
    • CTOP-systeem: afwerkingsbeits met enkel anti-blauwwerking
    • C2-systeem, CTOP-systeem en gemengd systeem (C + CTOP): zie de aanwijzingen van de fabrikant i.v.m.de compatibiliteit van de produkten, aantal toepassingen en drogingsduur van de produkten.
    • verduurzaming: diepgaande behandeling door lange dompeling, dubbel vacuüm of gelijkwaardig, overeenkomstig de gebruiksaanwijzing van een gehomologeerd produkt.

    Algemene opmerking
    Het onderhoud van buitenschrijnwerk in hout met een hoge natuurlijke duurzaamheid (klassen I en II) zou normaal minder dikwijls moeten uitgevoerd worden dan voor buitenschrijnwerk in andere houtsoorten (klasse III) indien men enkel rekening houdt met de duurzaamheid van het schrijnwerk.
    In de praktijk zal veel belang gehecht worden aan het uitzicht. De binnenkant van buitenschrijnwerk dient steeds zodanig te worden afgewerkt dat het minder waterdampdoorlatend is dan de buitenkant (principe van het "dampscherm").

     

    Binnenhuisinrichting

    Naaldhout uit de gematigde streken wordt in deze toepassingen (droge ruimten !) zonder enige verduurzamingsbehandeling toegepast.
    Voor het spinthout van loofhout uit de gematigde streken: zie 9.3.
    Voor tropisch hout: zie 9.3.
    Alle houtsoorten voor binnentoepassingen die een verduurzamingsbehandeling gekregen hebben dienen van een filmvormende afwerking te worden voorzien (vernis of verf).
    N.B. Voor keukenmeubelen en -inrichting mag geen verduurzaamd hout worden toegepast.